Slijtage met een moeilijke naam

Als je de definitie van Artrose opzoekt kom je uit op ‘de geneeskundige naam van een aandoening aan het kraak been in gewrichten’. In de volksmond spreken we van slijtage aan gewrichten. Artrose in de schouder komt minder vaak voor dan in andere delen kraakbeen in je lichaam, maar bestaat zeker wel. Het kraakbeen dat over je botten heen zit, houden je botten soepel. Na mate je ouder wordt, slijt dit laagje kraakbeen, waardoor je botten minder soepel en dus ook minder sterk worden. Iedereen die ouder wordt krijgt last van deze slijtage, maar bij Artrose is deze slijtage overmatig en kan het kraakbeen uiteindelijk helemaal verdwijnen.

schouder-artrose

Artrose is een van de meest voorkomende gewrichtsaandoening in Nederland. Vier procent van de Nederlandse bevolking had in 2007 last van Artrose. 12,4 procent van de mensen van 45 jaar en ouder heeft Artrose. Bij de 65-plussers is dit 17,2 procent. Artrose is een ziekte die op latere leeftijd steeds vaker voorkomt. Artrose komt bij vrouwen twee keer zo vaak voor als bij mannen. Het aantal mensen met Artrose zal de aankomende jaren alleen maar toenemen door de vergrijzing en doordat er meer mensen komen met overgewicht of een bewegingstekort. Dit zijn factoren die de kans op Artrose sterk kunnen vergroten.

Schurende pijn

Als het kraakbeen dun of verdwenen is, zijn de botter dus minder soepel. De botten in je schouders kunnen tegen elkaar gaan aan schuren en dit kan erg pijnlijk zijn. Veel voorkomende klachten bij Artrose in de schouder zijn dan ook pijnlijke schouders tijdens het bewegen, krakend geluid in de schouder, ochtendstijfheid en verminderde bewegelijkheid van de schouderbeweging. Ook kunnen ruwe uitsteeksels ontstaan op het bot. Er kan zich vocht ophopen in het gewricht en de omliggende weefsels. Dit kan zorgen voor zwelling wat, samen met het schuren, voor de meeste pijn zorgen. Een ander belangrijk kenmerk van Artrose is dat er perioden van meer en minder pijn zijn. Dit is afhankelijk van de mate van irritatie in het gewricht.

Drie mogelijkheden

Schouder Artrose kan op drie manieren veroorzaakt worden. Ten eerste kan een ontsteking reageren op het kraakbeen en het hierdoor aantasten. De kraakbeen laag wordt dan dunner of verdwijnt helemaal. Deze vorm van Artrose kan bij alle leeftijden voorkomen. Meestal tast de ontsteking beide schouders aan en kan er ook op andere plekken in het lichaam Artrose ontstaan. De tweede optie is dat de Artrose ontstaat door een andere aandoening, dit wordt posttraumatische Artrose genoemd. Deze aandoeningen kunnen verschillen van brandletsel tot botbreuk. Het kraakbeen wordt hierdoor beschadigt of slijt extra snel door een andere manier van bewegen. Deze vorm van Artrose is meestal niet meteen merkbaar, maar kan pas jaren na de aandoening optreden. De laatste vorm van Artrose komt het meeste voor bij mensen vanaf een middelbare leeftijd. Bij deze vorm is de oorzaak onbekend en wordt de kraakbeen laag, net als bij de ontstekingsvorm, steeds dunner om vervolgens geheel te kunnen verdwijnen.

Wat doe je eraan?

Als je denkt dat je last heb van Artrose kun je hiermee naar de huisarts gaan. Hij kan je dan eventueel doorverwijzen naar de orthopedisch chirurg. Hij zal gaan onderzoeken welk type Artrose je hebt en wat de ernst van de aandoening is.  Dit gaat doormiddel van een lichamelijk onderzoek en een vragenlijst naar je ziektegeschiedenis. Hij zal verschillende testen afleggen om een zo goed mogelijke diagnose te stellen, zodat je optimaal behandeld kunt worden.

Voor het behandelen van Artrose zijn verschillende manieren. De manier die het beste gebruikt kan worden, hangt af van het type en de ernst van de aandoening. Zo kun je doorverwezen worden naar een fysiotherapeut. Hij kan samen met jou een bewegingsprogramma opstellen wat helpt om de spieren te versterken. Ook kan een fysiotherapeut ervoor zorgen dat de schouder in beweging blijft, om verergering van  de Artrose te voorkomen. Maar ook medicijnen worden vaak voorgeschreven bij het behandelen van de aandoening. Zo kun je een corticosteroïden injectie krijgen, wat ontstekingen kan afremmen en voorkomen. Maar ook pijnstillers worden vaak meegeven aan patiënten. Deze medicijnen helpen de zwelling weer te verminderen, waardoor bewegen makkelijker wordt. Dit helpt weer bij het behandelen in een verdere fase van Artrose.

Toch is het soms het geval dat de Artrose niet reageert op de eerder genoemde behandelingen. Dan kun je er ook voor kiezen om de aandoening te behandelen op een operatieve wijze. Zo kan er een schouderprothese geplaatst worden bij ernstige Artrose. Ook kan er een stukje van het sleutelbeen worden verwijderd. Hierdoor kunnen de botten elkaar niet meer raken en verdwijnt de wrijving ook. Dit zorgt op zijn plaats weer dat de pijn wegblijft.

Wat weg is, komt niet meer terug

Een nadeel aan Artrose en het verdwijnen van je kraakbeen is dat het niet meer terug komt. Het enige wat artsen en fysiotherapeuten voor je kunnen doen is het voorkomen van nog meer slijtage, het verminderen van je huidige pijn en het soepel houden van de botten, ook zonder veel kraakbeen. Fysiotherapeuten zullen je hiermee vooral helpen. Nadat je klaar bent met medicijnen en eventuele operatieve behandelingen, kan een fysiotherapeut je helpen om te leven met de slijtage. Hij of zij kan je bijvoorbeeld aanraden om bepaalde bewegingen niet meer te doen, omdat dit zorgt voor extra slijtage. Zo zou je dus je huidige bewegingen aan kunnen passen, waardoor er veel kraakbeen bespaard blijft. Maar ook de eerder genoemde spierversterkende oefeningen en het soepel houden van het overgebleven kraakbeen zal gegarandeerd aan bod komen bij de bezoekjes aan de fysiotherapeut.